Prof. dr. Els De Paermentier
is hoofddocent middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit Gent. Haar onderzoek
richt zich op bestuurlijke schriftpraktijken en vrouwelijke macht in de
Zuidelijke Nederlanden tijdens de hoge middeleeuwen. Ze is gespecialiseerd in de hulpwetenschappen
diplomatiek, paleografie en sigillografie. Na een carrière in de
communicatiesector keerde ze in 2004 terug naar haar alma mater, waar ze
een assistentschap opnam. In 2010 behaalde ze haar doctoraat over de
organisatie van de grafelijke kanselarij in Vlaanderen en Henegouwen tijdens de
regering van Boudewijn VI/IX en Johanna van Constantinopel (1191-1244), onder
begeleiding van Prof. Th. de Hemptinne. Het resultaat van haar studie werd in
2021 bij Verloren in Hilversum gepubliceerd.
Perkament en
ganzenveren, schrift en zegels — hoe deze elementen samen gestalte gaven aan een
grafelijke macht in volle ontplooiing, tijdens een periode waarin de
maatschappij steeds complexer werd, het vertrouwen in het geschreven woord
steeds meer terrein won en de schriftproductie in dienst van die macht
exponentieel toenam — het heeft haar altijd gefascineerd. Juridische documenten
zoals oorkonden, en bij uitbreiding de rijke typologie van administratief-bestuurlijke
bronnen, vormen daarbij het ideale medium om deze evolutie te bestuderen. "Oorkonden
bieden ons een uitstekend venster op de middeleeuwse maatschappij: hoe men
regels en afspraken vormgaf, rechtsgeldig en uitvoerbaar maakte, maar ook hoe
men zijn juridische én sociale positie wilde benadrukken en zich daarbij van
anderen wilde onderscheiden." Zegels vormen voor haar het materiële
zenit van een middeleeuwse rechtspersoon: "Ze ademen status en macht,
en creëren de symbolische link tussen de ik-persoon in de tekst en de
representatie van diens fysieke imago" (naar B. Bedos-Rezak).
De Paermentiers interesse
in de middeleeuwse rechtspraktijk vertaalt zich ook in haar rol als co-begeleider
van diverse doctoraatsprojecten (samen met Prof. D. Heirbaut, UGent Faculteit
Recht en Criminologie) die focussen op de organisatie van vrijwillige
rechtspraak in het laatmiddeleeuwse graafschap Henegouwen (F. Van der
Schueren), op de totstandkoming van de oudste stadskeuren in de Zuidelijke
Nederlanden (M.-Ch. Dubois) en op de agency van adellijke vrouwen in
twaalfde-eeuwse huwelijksallianties, erfopvolgingen en feodale relaties in
diezelfde regio (Y. Dai). Daarnaast begeleidt zij ook doctoraatsstudenten in
hun onderzoek naar de geschiedenis en het beheer van het oude grafelijke
archief onder Bourgondisch bewind (R. Waeytens, co-prom. Prof. J. Deploige,
UGent), naar de organisatie van de prins-bisschoppelijke kanselarij in Luik
(12de-14de eeuw) (N. Leroy, co-tutelle Gent-Paris PSL École des Chartes, dir.
Prof. O. Guyotjeannin en Prof. O. Canteaut) en naar de agency van de vorstinnen
van Vlaanderen, Henegouwen en Brabant tijdens de dertiende en veertiende eeuw (C.
Paccou, co-tutelle Gent-Lille III, dir. Prof. E. Lecuppre-Desjardin).
Haar gendergerichte
blik op de oorkondingsactiviteiten van middeleeuwse vorstinnen en adellijke
vrouwen maakte haar tot één van de stemmen in de podcast De
vorstinnen van Vlaanderen (UGent, Klara & VRT MAX): "Middeleeuwse
vorstinnen waren geen passieve marionetten die vanuit hun mannelijke entourages
werden aangestuurd. Ze vervulden een cruciale rol als hoeksteen van de dynastie
en traden op als plaatsvervangers van hun echtgenoten, als bemiddelaars en
alliantievormers achter de schermen en als bouwers van de herinnering aan de
vorstelijke dynastie in het collectieve geheugen.”
